FAQ: veelgestelde vragen

SW-bedrijven mogen zeker mee doen aan deze challenge. Zeker voor het testen van nieuwe technologie kan een SW-bedrijf juist een prima werksetting zijn. De voorkeur voor reguliere werkgevers wordt actueel als we kunnen kiezen uit vergelijkbare goede pilotvoorstellen. Dan geven we de voorkeur aan reguliere werkgevers gezien de voorbeeldpositie die zij kunnen innemen als het gaat om inclusief werkgeverschap.

Met psychosociale problematiek verwijzen we naar een breed spectrum van problemen waar mensen met te maken kunnen hebben. Dat betreft cognitieve problematiek (bijv. concentratieproblemen, maar ook een licht verstandelijke beperking), en mensen met een psychische kwetsbaarheid en gedragsproblematiek (zoals stress, depressie, angststoornissen, autisme etc). Ook is het mogelijk om in te spelen op klachten /symptomen die bij veel mensen met psychosociale belemmeringen spelen (bv. vermoeidheid, wisselende belastbaarheid etc).

Nee. Net zoals de voorkeur voor reguliere werkgevers hebben voorstellen gericht op psychosociale problematiek de voorkeur als er sprake is van een gelijkwaardige keuze tussen voorstellen. We willen graag een goede balans tussen oplossingen van technologie voor fysieke problemen als psychosociale problemen. We weten namelijk dat veel mensen van de (potentiële) beroepsbevolking kampen met psychosociale problematiek, maar er is nog maar weinig aanbod voor. Bij de vorige challenge hebben we daarnaast gezien en ervaren dat het lastiger is en langer duurt om technologie voor psychosociale problemen in de praktijk goed werkend te krijgen.

Ja, dat kan zeker. De slimme bril kan voor heel veel beroepen gebruikt worden, zeker als buddy van een werknemer. De slimme bril wordt nu ingezet in een magazijn van een metaalbewerkingsbedrijf. Het inzetten van de bril in een dergelijk bedrijf gaat gepaard met het goed in kaart brengen van de werkprocessen in een bedrijf. Afhankelijk voor welk beroep je de bril wilt inzetten moet dus nauwgezet gekeken en geanalyseerd worden welke informatie de bril en werknemer nodig heeft.

Ja, dat kan. De voorleesbril kan ook voor deze doelgroepen gebruiksklaar worden gemaakt. Voor meer informatie verwijzen we door naar de technologieontwikkelaar (met link naar pagina met pitch overzicht). Let wel mensen die de Nederlandse taal niet machtig zijn zonder dat dit gevolg is van een ziekte of aandoening, niet passen onder de groep ‘mensen met een arbeidsbeperking’ waar de huidige oproep tot pilots op gericht is.

Ja. De filmpjes/video’s zijn hier te vinden.

Tijdens de challenge is de wearable met stressmonitoring gepresenteerd. Er zijn ongetwijfeld nog veel meer technologieën in potentie beschikbaar. De CTI kent lang niet alle mogelijkheden en roept partijen op voorstellen in te dienen met nieuwe technologie. Deze hoeven dus nog niet bekend te zijn bij ons of al gepresenteerd te zijn bij tijdens de online bijeenkomsten in het kader van de challenge.

In beginsel is het vinden van de juiste partners voor het indienen van een voorstel de verantwoordelijkheid van de pilotindieners. Partijen kunnen hiervoor de gebruikelijke netwerken en kanalen gebruiken. Voor het bereiken van werkgevers en eindgebruikers zijn de regionale werkgeversservice punten een goede ingang, maar ook de regionale perspectief op werk samenwerkingen, werkgeversverenigingen als AWVN, VNO-NCW en De Normaalste Zaak en cliëntenorganisaties als de LCR en Iederin. De contactgegevens van de technologieontwikkelaars die hun producten bij de Challenge bijeenkomsten hebben gepresenteerd staan op de website van de CTI.

Ja, dat kan. Gemeenten kunnen ook een voorstel indienen voor een pilot, rekening houdend met de gestelde voorwaarden die voor iedereen gelden.

Als we terugkijken op de vorige pilots is er niet één doorslaggevende succesfactor aan te wijzen. Maar een gemeenschappelijke succesfactor is in ieder geval het tijdig – in veel gevallen zo vroeg mogelijk – betrekken van de eindgebruiker in ieder geval bij het verkennen van behoeften en het testen. Daarmee kunnen drempels voor het daadwerkelijk gebruik (waaronder stigma) zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast is commitment binnen het bedrijf van belang, omdat de implementatie van technologie ook iets vraagt van collega’s en soms ook aanpassing van werkprocessen. De pilots waar dit goed geregeld was waren succesvol. Daarnaast speelt de keuze van de technologie ook een rol. De technologieën die gericht zijn op de meer fysieke/zintuigelijke problematiek waren eerder succesvol dan een technologie gericht op psychosociale problematiek. Mogelijk/deels had dit te maken met het feit de techniek voor dergelijke problematiek nog minder ver was ontwikkeld bij aanvang van de pilot en de minder ‘zichtbare’ behoeften en belemmeringen die mensen met een psychosociale kwetsbaarheid ervaren. Binnen de huidige pilots bieden daarom ook een wat langere looptijd, zodat hopelijk ook technologie voor psychosociale problematiek beter tot wasdom kan komen.

Zie voor meer informatie over succesfactoren ook de presentatie “Succesvol implementeren en experimenteren” van Regioplan.

Nee, dat doet er niet toe. Het maakt niet uit wie de initiatiefnemer is, ook niet voor hoe je de fasen van de pilot doorloopt en voorbereidt. Het is wel van belang dat de initiatiefnemer de beoogde samenwerking(spartners) opzoekt en totstandbrengt. Dat is wel relevant voor de toekenning van het voorstel en een succesvol verloop van de pilot.

Hiermee wordt gedoeld op het gebruik van technologie in het kader van een re-integratie traject, waarmee mensen weer in staat gesteld worden om aan het werk te gaan. Dat betekent dat er niet het hele traject een (leer)werkplek aanwezig hoeft te zijn, maar deze idealiter wel in beeld komt tijdens het traject. De huidige oproep is namelijk gericht op ervaringen en effecten in kaart te brengen t.a.v. arbeidsparticipatie en arbeidsfunctioneren. Bij voorkeur is de technologie die tijdens zo’n re-integratietraject wordt ingezet dan later ook inzetbaar of van waarde op de (leer)werkplek. Te denken valt aan wearables en apps die ook op een (leer) werkplek gebruikt kunnen worden. Of aan het trainen van de werkzoekende in het gebruik van een technologie die later ook op een werkplek gebruikt zal worden (bv. een smart beamer).

Meer informatie over de opbrengsten van de pilots die zijn voortgekomen uit de vorige Challenge, vindt u onder op de pagina Pilots 2019.

De regionale pilots hebben als doel inzicht te verwerven in wat het betekent om technologie in te zetten op de werkvloer of in de context van re-integratie. Ook hebben ze als doel zicht te krijgen op de effecten op arbeidsparticipatie (kwantitatief en kwalitatief). Kortom; komen tot betere werkmogelijkheden voor mensen met een arbeidsbeperking (werkenden en niet-werkenden) door inzet van technologie.

In de nieuwe pilots is zowel ruimte voor het opschalen van beproefde technologie (groei-pilots) als voor innovatieve technologische oplossingen (pionier-pilots). Bij de pionier-pilots vragen we in het bijzonder aandacht voor oplossingen die mensen met psychosociale beperkingen ondersteunen.

Technologie maakt werk mogelijk, boeiender en uitdagender. Daarom bespraken we de behoefte, mogelijkheden en kansen voor nieuwe pilots. Deelnemers waren (grote) werkgevers, arbeidsdeskundigen, werknemers/werkzoekenden en veel technologie producenten met hun nieuwste technische tools om mensen met een beperking beter in staat te kunnen stellen om te (blijven) werken. Zowel uit Nederland, Duitsland, Frankrijk als Spanje!

10.00 uur Welkom (vanaf 9.50 uur toegang via vooraf toegestuurde link).
10.10-10.25 uur We gingen in gesprek met 3 leden van de Coalitie voor Technologie en Inclusie. Interview met:
• Ton Wilthagen is professor aan de Universiteit Tilburg en kijkt vanuit arbeidsmarktperspectief;
• Peter van Leeuwen is van de landelijke cliëntenraad en kijkt vanuit cliëntperspectief;
• Steven Hubeek is van werkgeversvereniging AWVN en kijkt vanuit werkgeversperspectief.
10.30-11.00 uur Technologiepitches over oplossingen voor het verbeteren van mobiliteit, horen, zien, spreken en stressreductie bij werknemers of voor werkzoekenden.
11.00-11.50 uur In break-out rooms spraken we door over de mogelijkheden van deze technologie voor uzelf, voor uw medewerkers of voor uw bedrijf. Dit vormde een eerste aanzet om te komen tot nieuwe pilots in de komende tijd.
11.50-12.00 uur Bijdrage minister Koolmees (SZW) en Guus van Weelden (UWV). Wrap up en mogelijkheid om een op een na te praten.